Multidisciplinaire aanpak Playgrounds Next slaat aan: ‘Makers kunnen van elkaar leren’

Nieuws

Wat in 2006 begon als een festival waar makers hun creatieve proces deelden, groeide uit tot een internationaal instituut en sectorondersteunend platform voor innovatieve beeldcultuur. Multidisciplinariteit ligt aan de basis van Playgrounds, een vernieuwer en verbinder tussen makers, industrie, onderwijs en publiek. Zulk succes heeft tijd en doorzettingsvermogen nodig, vertellen de mensen achter talentprogramma Playgrounds Next.

Van festivals en masterclasses tot workshops en netwerkevenementen: al twintig jaar brengt Playgrounds makers uit de hele wereld samen om elkaar te inspireren. Het instituut biedt een stabiele basis om nieuwe en relevante ontwikkelingen te stimuleren op het gebied van bewegend beeld, zoals animatie, film, documentaire, visuele effecten, XR, digitale kunst en games. In een steeds veranderend landschap en sector heeft Playgrounds een verbindende functie binnen Brabant en Nederland gekregen. Zeker met het verdwijnen van initiatieven als het Nederlands Instituut voor Animatiefilm en het uitdunnen van de kansen voor de documentairesector. De noodzaak groeide om samen te werken en de sector te ondersteunen. 

Talentontwikkeling zit in de basis van alles wat Playgrounds doet, maar in 2016 werd officieel het talentprogramma Playgrounds Next gelanceerd: een programma dat talent op maat begeleidt en makers structureel verankert in alles wat Playgrounds doet, maar ook zorgt voor aansluiting en doorstroom in de sector. Ons doel is om sterke creatieve professionals af te leveren die in de creatieve industrie kunnen werken”, vertelt manager en programmamaker Paulien Mandos. “Ze moeten zich niet alleen artistiek maar ook zakelijk kunnen ontwikkelen. Die unieke methodiek gaat dus verder dan alleen een mooi project.”

Hub voor alle disciplines

Grote kansen dienden zich in 2017 al aan, toen de Provincie Brabant met een TalentHub-regeling kwam die perfect bleek aan te sluiten op hoe Playgrounds Next georganiseerd was. “Vanuit Playgrounds was er meteen de ambitie om een volwaardige hub voor het hele audiovisuele veld te zijn”, vertelt Maureen Prins, die sinds 2019 betrokken is bij Playgrounds Next als mede-coördinator, vanwege haar expertise en netwerk in de fictie- en documentairesector. “We zien dat disciplines helemaal niet zo strak van elkaar gescheiden zijn. Onze ambitie werd gesteund door de provincie en is sindsdien structureel geworden. We zijn nu uitgegroeid tot een hub die de volledige breedte van de disciplines bedient.” 

Playgrounds Next is nu onderdeel van TalentHub Brabant, samen met zes andere talenthubs die door de provincie intensief worden ondersteund. “We lopen daar heel erg voorop ten opzichte van de rest van Nederland”, vertelt Mandos. “TalentHub Brabant is er niet alleen voor film, maar ook voor podiumkunst, literatuur, muziek, design en de beeldende kunst. Op die manier kunnen we ook meteen een heel groot netwerk met elkaar verbinden. We denken niet in zuilen of kunstdisciplines. Uiteindelijk zijn het allemaal makers die van elkaar kunnen leren.”

Dankzij de investering van de provincie blijkt er nu bovendien een financieel vliegwieleffect te ontstaan. Bewezen is dat de investering in talent zich terugbetaalt en verdubbelt. “Talenten vinden aansluiting bij de fondsen en projecten worden vanuit de regio gemaakt”, zegt Mandos. “Ook Playgrounds Next wordt sinds 2022 structureel ondersteund met OCW-gelden via het Filmfonds. Het talentprogramma op maat is uitgebreid met een XR-talentenprogramma en een groot veelzijdig programma voor de brede groep van film- en AV-makers, want we willen alle Brabantse makers vooruit helpen.”

Persoon is belangrijker dan project

Next Talent – het opmaat-traject voor fictie, documentaire en animatie – selecteert ieder jaar acht makers. Sinds 2024 kunnen nog eens zes makers meedoen aan Next XR, voor immersieve vertelvormen zoals virtual reality. “Elk talent krijgt een eigen coaching”, vertelt Prins. “We kijken meer naar de persoon dan naar het project. De beroepspraktijk staat centraal.”

Die praktijk is altijd hybride, vertelt Prins. “Dat betekent dat je ook commercieel moet kunnen denken en werken. Dat is net zo goed onderdeel van je makerschap als die ene mooie film die je wil maken. We bevragen alle kandidaten en denken mee over hoe ze financieel hun broek ophouden. Daar betrekken we ook businesscoaches bij. Zulke dingen ontbreken vaak nog bij andere talentontwikkelingstrajecten.”

Makers worden geselecteerd aan de hand van een motivatiebrief en ontwikkelplan, waarbij Mandos en Prins nog individuele gesprekken voeren om mensen beter te leren kennen. “Soms merken we dan bijvoorbeeld dat het nog te vroeg is voor talent op maat”, vertelt Mandos. “Authenticiteit en reflectievermogen geven bij ons de doorslag. Dat zelfinzicht is heel belangrijk. Je moet weten welke gaten je hebt in de beroepspraktijk. Daar mag ook best kwetsbaarheid in zitten.”

Mandos en Prins begeleiden ieder vier talenten per jaar. “De eerste vier of vijf maanden ligt de focus voornamelijk op de zakelijke aspecten”, legt Prins uit. “We praten veel over geld. Hoe kun je je vaardigheden zo inzetten dat je er ook genoeg mee verdient? Daar wordt lang niet altijd genoeg bij stilgestaan. Bij animatoren en autodidact-makers zit dat commerciële denken er vaak al wat meer in dan bij fictie- en documentairemakers. We voeren gesprekken en koppelen het talent aan externe coaches. Vervolgens checken we of ze hun oorspronkelijke doelen behalen, of dat er misschien ergens iets moet worden bijgestuurd.” 

Uniek in het traject is dat de talenten zowel een formele nulmeting als eindmeting krijgen, om hun ontwikkeling te monitoren. Deze meting is ontwikkeld door Kunstloc, het Brabantse kenniscentrum voor cultuur. 

Coaching en groepsdynamiek

Intussen worden makers ook aangemoedigd om zelf met ideeën komen om aan te werken. Zo vertelt Mandos over een kandidaat die moeite had met pitchen omdat hij zijn stem niet goed onder controle had. “Hij vroeg of het misschien mogelijk was een stemtraining te volgen. Zoiets vinden we fantastisch. Behoeftes kunnen soms heel algemeen zijn, maar het kan dus ook op detailniveau. We hebben zelf een groot netwerk van coaches en zoeken het daar ook juist graag buiten Brabant. Onze XR-makers worden bijvoorbeeld gecoacht door een groot kunstcollectief uit Engeland.”

Het groepsgevoel onder de makers wordt gestimuleerd omdat men veel van elkaar kan leren en er interessante kruisbestuivingen ontstaan.  “Denk bijvoorbeeld aan een documentairemaker die vaak weinig tot geen ervaring heeft met een storyboard”, vertelt Mandos. “Animatoren doen dat juist heel veel, dus zo daag je elkaar uit om je project op een andere manier aan te vliegen.”

Ook de connectie met de hubs van verschillende kunstdisiplines vanuit Talenthub Brabant zijn van onschatbare waarde. “Vorig jaar begeleidde ik een animator die erachter kwam dat hij meer met beeldende kunst wilde doen”, vertelt Prins. “Dat is niet helemaal mijn netwerk, maar het mooie is dat we via die andere talenthubs weer nieuwe koppelingen kunnen maken. Hij kreeg een geschikte coach en is nu helemaal geland in het kunstenveld.”

Resultaat zichtbaar maken

Per individu is zo’n specifiek traject heel waardevol, maar zonder snelle resultaten kan het lastig blijven om fondsen mee te krijgen. “Daar hebben we nog wel wat te winnen”, zegt Mandos. “Met Screen Talent NL hebben we daarom een onderzoek gepresenteerd over de economische waarde van de film- en AV-sector in Zuid-Nederland en een onderzoek over de regionale stimulering van filmtalent in Nederland. Voor overheden en fondsen is dat een eye opener.”

Mandos legt het verder uit. “Wij nodigen ook makers uit die wellicht geen aansluiting vinden in het fondsen- en omroepen-systeem, maar uiteindelijk wel een miljoenenpubliek bereiken doordat ze een prachtig bedrijf hebben opgezet. Denk aan mensen die visuals maken voor wereldartiesten. Dat ligt buiten het bereik van de fondsen. Het gaat bij ons niet alleen over de filmindustrie, maar over de gehele creatieve industrie.”

“Succes kan een lange adem hebben”, vult Prins aan. “Als we worden gevraagd naar directe resultaten uit 2024 of 2025, kunnen we dat soms lastig laten zien. Maar mensen die zes jaar geleden bij ons zijn begonnen met een idee, staan inmiddels op gerenommeerde internationale  festivals, en krijgen steeds meer aandacht. Daarom is het zo belangrijk om te blijven investeren in talent.”

“Een van de makers uit Next Talent huren we tegenwoordig in als scriptcoach”, vertelt Prins. “Hij is daarnaast parttime docent in het kunstonderwijs. Hij heeft een hele beroepspraktijk opgebouwd omdat hij inzag dat er meer was dan alleen een eigen film ontwikkelen. Ik wil niet beweren dat dat uitsluitend aan ons te danken is, maar je ziet in ieder geval welk effect het heeft als mensen zich bewuster worden van de werkomgeving. Die ontwikkeling is zowel persoonlijk, artistiek als zakelijk, en de resultaten daarvan zijn pas jaren later echt goed terug te zien.”

Fundament voor de toekomst

“We hebben nu een heel interessant programma op het gebied van talentontwikkeling”, gaat Mandos verder. “Maar we zouden ook nog graag de hele infrastructuur in Brabant verder versterken. Niet alleen voor film, maar ook voor XR en gaming. Er is daar nu wel ontwikkelingsgeld binnen het talentprogramma voor, maar het budget om echt iets te maken binnen je eigen regio ontbreekt nog.”

Prins vertelt dat Playgrounds ook meer wil gaan inzetten op de begeleiding en ondersteuning van regionale producenten, en dat het XR-programma veel potentie heeft om door te groeien. Op dat laatste gebied is het Next XR-programma namelijk het enige talentontwikkelingsprogramma van Nederland.

Mandos en Prins zijn vooral trots op wat er al is bereikt de afgelopen tien jaar. Extra vertrouwen in de toekomst is er sinds vorig jaar dankzij een nieuwe stap vanuit de provincie Brabant. In plaats van een tweejarige regeling valt Playgrounds Next nu binnen een vierjarige regeling. “Dat is natuurlijk fantastisch”, vertelt Prins. “Bij een tweejarige regeling ben je eigenlijk meer dan de helft van de periode bezig met afrekenen en het schrijven van de volgende aanvraag. Je hebt één jaar om iets te doen en de rest is verantwoording, plus een kans dat je aanvraag niet wordt gehonoreerd. Nu hebben we een fundament waar we echt op kunnen doorzetten.”

Mandos: “We kunnen nu bijvoorbeeld ook echt kijken naar wat we na tien jaar talentontwikkeling willen doen met de alumni; hoe zij ook beter weer die jonge makers kunnen begeleiden. Welke mensen stomen door, wie werkt met wie, welke maker kan iets voor de volgende generatie betekenen? Zo bouwen we aan een steeds sterker ecosysteem. 

Meer Actualiteit