Van audience design tot slimme netwerken: CineNord laat niets aan toeval over

Nieuws

Talent en ambitie is er volop in de noordelijke provincies, maar dat betekent nog niet dat je meteen een goed filmklimaat hebt. Broedplaats CineNord bouwde de afgelopen jaren aan een stevig fundament voor opkomende regionale makers, met inmiddels klinkende resultaten. Uniek daarbij is vooral de visie op talentontwikkeling. “Er is nog veel te weinig aandacht voor de zakelijke kant van filmmaken.”

Jarenlang ontbrak het Noord-Nederland aan zichtbaarheid en professionaliteit. Filmmakende zzp’ers werkten vaak voor te weinig geld, zonder goed netwerk en lieten steken vallen in subsidieaanvragen. De vraag was dus hoe die bestaanszekerheid vergroot kon worden. Sinds de oprichting in 2021 – mogelijk gemaakt door de Filmfondsregeling Talentontwikkeling in de Regio – is dat de missie van CineNord. Hun bijnaam windt er geen doekjes om: Hollywood aan de Wadden.

De afgelopen jaren bouwde CineNord aan belangrijke pijlers om het filmklimaat naar een hoger plan tillen. Zo verzamelen makers zich via New Noardic Wave, een talentpool en community met honderden actieve leden, maandelijks bijeenkomsten en een helpdesk voor vagen over fondsenwerving, juridische zaken en distributie. Daarnaast zijn er de SkillsLabs en FilmLabs, die toegankelijk zijn voor heel Nederland. Dankzij uiteenlopende trainingsprogramma’s krijgt talent daar praktische handvatten aangereikt, gericht op specifieke vakgebieden, niveau’s en fases waar projecten in zitten. 

Elke deelnemer wordt daarbij gestructureerd op weg geholpen via een aantal vaste stappen, terwijl CineNord zelf ook constant blijft reageren op wat een maker precies nodig heeft. Een mooie recente toevoeging is de broedplaats in het centrum van Leeuwarden, waarmee makers nu ook een fysieke plek hebben om elkaar te ontmoeten en door te bouwen.

Breed toegankelijke omgeving

Zo’n solide structuur gaat niet over één nacht ijs, vertelt Eline van Diggelen, die sinds 2024 aan het hoofd staat van alle talentprogramma’s en trainingen. “Je hebt het niet allemaal in één keer te pakken. Er gaan best wat jaren overheen. Je leert veel door contact met makers, gesprekken met andere hubs in Nederland en talentonwikkelingstrajecten in bijvoorbeeld Denemarken of Duitsland.”

“Ierland was een van mijn eerste inspiratiebronnen”, vertelt Van Diggelen. “De financieringsmix voor een film werkt daar daar weliswaar heel anders dan bij ons, maar de mentorprogramma’s van Screen Ireland gaven me heel veel houvast. Ze kijken daar goed naar wat een maker per niveau nodig heeft, van productieassistent tot opnameleider en head of department. Met die structuur kun je sterke trajecten ontwikkelen.”

Ontwikkelingstrajecten waren er al op verschillende plekken in Nederland, maar CineNord wilde bewust niet alleen maar voortborduren op wat er al werd gedaan binnen andere regionale filmhubs. “Misschien kun je onze methodes zien als een manier om het systeem te hacken”, zegt Van Diggelen. “Ik denk dat het ook te maken heeft met de samenstelling van ons team. We denken graag strategisch en willen betrokken zijn bij de hele architectuur van het Noordelijke filmlandschap, dus van het opzetten van een community tot het realiseren van een Fries filmfonds  en het smeden van partnerschappen. We hebben heel veel plezier in dingen opnieuw uitvinden, met ook makers die daar inzichten in geven.”

CineNord legt daarbij een belangrijke focus op de commerciële kant van films produceren. Want daar blijkt nog wel eens te makkelijk over te worden gedacht binnen talentontwikkelingstrajecten. Mooie verhalen zijn één ding, maar hoe zorg je ervoor dat die ook resoneren bij kijkers? Van Diggelen: “Je maakt het voor het een publiek, dus hoe zorg je dat je iets teweeg brengt bij die persoon in de bioscoopstoel? Heel veel producenten, schrijvers en regisseurs zijn zich daar onvoldoende van bewust. Zelfs bij ervaren makers zie je dat een pitch vaak uitsluitend ingaat op het filmverhaal.”

Andere manier van kijken en ontwerpen

Dat geldt overigens niet alleen voor de noordelijke provincies, maar voor heel Nederland. Bij de landelijke bioscoopcijfers is het marktaandeel voor binnenlandse films immers al jaren bedroevend. “Vanaf het allereerste begin moet je al weten hoeveel mensen je minimaal wilt bereiken, en wie dat dan zouden moeten zijn. Dat vraagt om een andere manier van kijken en ontwerpen. Als kijker kan het je zo moeilijk worden gemaakt. Auteurscinema levert absoluut parels op, maar soms lijkt het ook alsof een film puur voor de regisseur zelf is gemaakt.”

Een film verkoop je dus niet puur met een verhaal, maar vooral ook met de waarde voor kijkers. Denk aan een moeder en dochter die samen naar de bioscoop gaan en zo hun band versterken, een avond onbekommerd plezier voor jongeren, of een film die ervoor zorgt dat onderbelichte groepen zich gesteund of gezien voelen. Dat functionele deel, de waardepropositie, komt in de praktijk vaak pas opborrelen nadat een idee volledig is ontwikkeld. De distributie wordt er met de haren bijgesleept voor een minimaal budget.

Dat probleem probeert CineNord te tackelen met een duidelijke structuur binnen hun SkillsLabs en FilmLabs: ABCD. Te beginnen bij de A van ‘audience’. Want welke training of traject je ook volgt, er zit altijd een onderdeel in dat ingaat op hoe je een film relevant maakt voor het publiek. “De B staat voor business”, legt Van Diggelen verder uit. “Je krijgt altijd tools en kennis mee over dat zakelijke stuk van film. Dus de positionering, de waardepropositie, de partners waarmee je die film gaat realiseren. En natuurlijk het ontwikkelen van een sterke pitch. Daar vertel je niet alleen over je verhaal, maar leg je ook uit wat je nodig hebt zoals financiering of een producent.”

Naast het ontwikkelen van een concept (de letter C), is er verder altijd aandacht voor de distributie (D). Hoe zit die wereld in elkaar? Wat heb je nodig om een film bij je beoogde publiek te krijgen? Welke kanalen kun je gebruiken? “Het liefst doe je dat nog voordat je überhaupt gaat maken”, vertelt van Diggelen. “Het is zo zonde als je jaren bezig bent met een ontwikkeling waarvan de financiering niet rond komt, of waar uiteindelijk bijna niemand een kaartje voor wil kopen.”

Programma’s voor alle niveau’s en vakgebieden

De afgelopen twee jaar zijn er bij CineNord uiteenlopende programma’s opgezet om de volledige breedte van het werkveld verder te helpen. Voor scenaristen is er bijvoorbeeld .Finalfinal en bij het Audience Design SkillsLab leer je meer over publieksgerichte strategieën. De samenwerking met het 48 Hour Film Project is intussen een laagdrempelige instap voor startende makers. Vorig jaar deden daar 250 aan mensen mee; een mooie kweekvijver om nieuw talent uit te kunnen vissen.

Een belangrijk element voor al die programma’s is dat kennis niet alleen vanuit CineNord zelf komt. Bij het organiseren van trainingen en trajecten worden altijd partners uit het veld betrokken. Soms zijn dat regionale instanties zoals Stichting Beeldlijn, Makaki Productions en FilmHub Noord. Andere keren gaat het om een samenwerking via Limburg (CineSud) of Zeeland (CineZee), of een landelijke partner (NPO, Imagine Fantastic Film Festival). En ook de lijntjes met het buitenland zijn kort. Denk aan de Deense Filmworkshop in Odense en het Schotse Gmac.

“We zijn nu bezig om een lab te ontwikkelen voor documentairemakers”, vertelt Van Diggelen. “Als je dan echt feeling wil houden met wat er binnen die community leeft, is het van belang om ook producenten te betrekken die er al middenin zitten. Op die manier geven we CineNord allerlei takjes mee die weer een eigen netwerk kunnen aanboren.”

Die koppelingen hebben ook een grote meerwaarde binnen de Labs van CineNord. De ShortsLabs van 2025 zijn daarvan een mooi voorbeeld van. Makers met een korte film werden daarin geholpen om aan tafel te komen bij ervaren producenten. Zes van de acht deelnemers hebben daardoor ook daadwerkelijk een match kunnen vinden. Vijf projecten zijn inmiddels ingediend voor een realiseringsbijdrage.

Van Diggelen benadrukt dat geen traject hetzelfde is. “Het is zeker niet zo dat we ieder jaar precies hetzelfde aanbieden. De groei van talentontwikkelingstrajecten hangt sterk af van het netwerk waar je mee optrekt, van de plek waar je zit. Natuurlijk is het belangrijk om een vaste structuur te hebben, maar intussen is het ook echt maatwerk. Je moet flexibel zijn en open staan voor input. We gaan dan ook actief met makers in gesprek om te zien wat zij specifiek nodig hebben en welke bijdrage wij daarin kunnen leveren. We delen kennis en zijn mentor.”

Nieuwe golf aan producenten

Van Diggelen noemt ook het jaarlijkse New Wave-programma, gericht op persoonlijke en professionele ontwikkeling van geselecteerde makers. Onder de vier eerdere lichtingen zitten regisseurs die inmiddels volledige speelfilms en grote festivalselecties op hun naam hebben staan. De vijfde lichting, die dit jaar van start is gegaan, gooit het over een nieuwe boeg. In plaats van regisseurs worden deze keer producenten verder geholpen. 

“Hier in het Noorden heb je nog veel te weinig producenten die mogen aanvragen bij het Filmfonds en die ver genoeg geprofessionaliseerd zijn”, legt Van Diggelen uit. “Bij New Wave zijn we daarom gaan kijken hoe we ze verder kunnen laten komen, en wat daar de efficiëntste manier voor is. Acht makers volgen dit jaar verschillende masterclasses, workshops en netwerkevents, en kunnen ondertussen ook elkaar coachen.”

“Eigenlijk zijn we altijd bezig geweest met het verhogen van de slagingskans”, zegt Van Diggelen samenvattend. Zo zijn er inmiddels meerdere titels van CineNord geselecteerd voor internationale A-list-festivals. En daar houdt het nog niet op. “Mijn collega’s en ik hebben de ambitie om uiteindelijk een Oscar te winnen voor een Noord-Nederlandse film. Dat punt willen we bereiken via een doordacht plan van begin tot eind. Als je je uitsluitend richt op een goed verhaal en een getalenteerde regisseur, kom je er volgens ons niet.”

Publieksontwikkeling, bereik, zakelijke ontwikkeling, distributie; het zijn allemaal aspecten waar meer over nagedacht zou moeten worden dan nu nog vaak het geval is. Want uiteindelijk heb je de hele ABCD-mix nodig om echt succes te krijgen. “Wij vinden het heel belangrijk om ons werk zo strategisch mogelijk aan te pakken”, vertelt Van Diggelen. “Ik hoop dat we die kennis nog meer kunnen delen, vooral op het gebied van audience design en de publieksontwikkeling. Voor wie maak je de film? Hoe kan je al veel meer en beter een plan daarvoor ontwikkelen? Hoe betrek je dat publiek slim en welke marketingstrategieën kun je daarvoor inzetten? Volgens mij is er nog een wereld te behalen. Zowel voor ons als voor de hele Nederlandse filmindustrie.”

Van Diggelen benadrukt daarbij dat CineNord wil blijven meebewegen met behoeftes van makers en mogelijkheden bij beleidsmakers. “Het filmlandschap is volop in ontwikkeling, dus zijn we ook constant bezig met het verbeteren van onze programma’s. We willen talent op maat blijven faciliteren en aansluiting houden met het werkveld. Ons doel is altijd direct gekoppeld aan wensen en doelen van makers. Zowel op regionaal als nationaal niveau.”

Meer Actualiteit