Ontwikkelen, produceren, verbinden en vertonen; veel initiatieven richten zich op één onderdeel van die keten. Maar bij CineSud is alles onderdeel van dezelfde integrale aanpak. Het Limburgse platform bouwde de afgelopen jaren bewust aan een ecosysteem waarin ontwikkeling, productie, nationale en internationale positionering, netwerkvorming en publieksbereik elkaar versterken. Niet één traject staat centraal, maar de duurzame ontwikkeling van makers en de sector als geheel.
Sinds de oprichting in 2011 versterkt CineSud de audiovisuele sector van Limburg. De beginjaren draaiden vooral nog om makers bij elkaar brengen, maar al snel ontstond de behoefte om ook een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van filmprojecten. Met een bescheiden budget werd CineSud Talent opgetuigd, een traject dat makers een stukje op weg hielp om hun eerste project van de grond te krijgen.
Naast een startbedrag werden makers ook meteen gecoacht op verschillende vlakken, van script en regie tot het uitdenken van een productie- en distributieplan. “Vanaf het begin is onze rol geweest om talent te faciliteren en stimuleren”, vertelt directeur Guido Franken. “De eerste jaren deden we de coaching nog zelf, maar inmiddels zijn het externe professionals die op de verschillende vakdisciplines coachen; mensen die op internationaal niveau artistiek succes hebben behaald. Die specialistische begeleiding heeft een enorme meerwaarde.”
Juist in die eerste jaren werd duidelijk dat coaching alleen onvoldoende was. “Makers ontwikkelden zich inhoudelijk, maar liepen vervolgens vast omdat ze onvoldoende productie-ervaring opdeden of hun project niet daadwerkelijk konden realiseren,” vertelt Artistic Lead Anna Demianenko. “Dat inzicht werd het vertrekpunt voor een bredere visie op talentontwikkeling: iedere volgende stap in de carrière van een maker vraagt om een andere vorm van ondersteuning.”

ShortsLab: van ontwikkeling naar realisatie
Het ontwikkelingstraject van CineSud veranderde na de pilotfase van naam en staat inmiddels breed bekend als ShortsLab. De afgelopen tien jaar is het originele budget van 20.000 euro ruim verzesvoudigd. Daarmee worden jaarlijks drie tot vier filmcrews begeleid én maken ze hun eigen korte film. Hoe krijg je dat achter de schermen voor elkaar?
“We selecteren talentvolle makers, zowel geschoold als autodidact, en de crew doet ontzettend veel ervaring op”, legt Franken uit. “Met vier films per jaar leid je zo’n zestig mensen op. Maar uiteindelijk ziet een subsidiënt het liefst ook concreet resultaat. Dat wil zeggen: films die het goed doen. De eerste jaren hebben daar ontzettend bij geholpen. We hadden meerdere films die elk naar tientallen festivals gingen, zoals Mischa van Remy Kooi, All There Is van Jeroen Mourmans en Mijndert van Janneke Swinkels en Tim Frijsinger.”
“Dan heb je dus ook meteen een goed verhaal richting subsidiënten,” gaat Demianenko verder. “Zo konden we doorgroeien en kwamen we bijvoorbeeld in een andere regeling terecht met meer financiële ruimte. We hebben nog steeds ieder jaar vier films met minimaal zestig Limburgse filmmakers in de volledige breedte van de crew. Dat heeft enorm veel gebracht. Voor de makers én voor de sector. Het maken van goede films is fijne bijvangst, maar niet het voornaamste.”
Inmiddels zijn via ShortsLab tientallen korte films gerealiseerd, ruim 200 makers begeleid en honderden crewdagen gecreëerd, waar ook weer honderden makers in allerlei functies aan meewerkten. De films vonden met ruim 500 festivalselecties hun weg naar nationale en internationale festivals zoals het filmfestival van Berlijn, Go Short en Sitges, en vormden voor veel deelnemers een opstap naar vervolgstappen bij onder meer de publieke omroep, het Nederlands Filmfonds, internationale coproducties en speelfilm- en documentaireprojecten.
“Veel talentontwikkeling stopt bij een workshop of coachingstraject”, vertelt Franken. “Wij wilden dat makers ook daadwerkelijk een film konden maken. Pas op een set leer je echt hoe het vak werkt. Wij zagen dat de grootste leercurve pas ontstaat wanneer makers ook daadwerkelijk verantwoordelijkheid dragen tijdens een productie. Juist daar komen artistieke keuzes, samenwerking, planning, budgettering en communicatie samen.”
Anna Demanienko ziet ShortsLab vooral als een leeromgeving waarin ontwikkeling centraal staat. “Wij kijken niet alleen naar het script, maar vooral naar de maker achter het project en diens leerpotentieel. We creëren een omgeving waarin mensen hun eigen stem ontwikkelen en leren samenwerken. Daarnaast produceren externe, onafhankelijke producenten de films zelf. Dat levert uiteindelijk duurzamere resultaten op, die de makers en de gehele sector ook nadien nog volop profijt bieden. Op die manier levert iedere film niet alleen een eindproduct op, maar draagt deze ook bij aan de ontwikkeling van een bredere regionale infrastructuur.”

Iedere volgende stap begon met dezelfde vraag
Terugkijkend ziet Franken een duidelijke lijn in de ontwikkeling van CineSud. Vrijwel ieder nieuw programma ontstond niet vanuit de ambitie om de organisatie uit te breiden, maar vanuit dezelfde vraag: waar lopen makers ná deze stap tegenaan?
“De eerste jaren hielpen we makers met de ontwikkeling van hun plannen”, vertelt hij. “Maar vervolgens zagen we dat veel projecten nooit werden gerealiseerd. Dan kun je wel een goed script hebben, maar zonder praktijkervaring leer je nog steeds niet hoe een film daadwerkelijk tot stand komt. Daarom zijn we productie en begeleiding veel sterker met elkaar gaan verbinden. Door onafhankelijke producenten op te leiden, ontstaat ook een ondernemend filmklimaat en duurzame ontwikkeling voor een sector.”
Toen ook die producties succesvol bleken, diende zich een volgende vraag aan. Makers hadden een film gemaakt, maar hoe kwamen ze vervolgens in contact met de grote (inter)nationale producenten, fondsen, festivals en internationale partners? “We merkten dat talentontwikkeling niet stopt zodra de eindmontage klaar is”, zegt Franken. “Juist daarna begint voor veel makers een nieuwe fase. Internationale netwerken zijn daarbij geen luxe, maar vaak een voorwaarde om een volgende stap te kunnen zetten.”
Diezelfde gedachte lag ook ten grondslag aan de ontwikkeling van de CineSud Villages. Makers die hun eerste producties hadden gerealiseerd, bleken behoefte te hebben aan meer verdieping voor een volgend (groter) project: ruimte om een artistieke signatuur verder te ontwikkelen, langdurig met ervaren professionals samen te werken en zich te verhouden tot makers uit andere landen en filmculturen. “Iedere fase vraagt om iets anders”, zegt Demianenko. “Soms is dat technische kennis, soms artistieke reflectie, soms juist een internationaal netwerk of een producent die in je gelooft. Wij ontwerpen onze programma’s eigenlijk achterstevoren. We beginnen niet met de vraag welk programma we willen organiseren, maar met de vraag waar makers vandaag of morgen op vastlopen. Pas daarna bedenken we welke ondersteuning daarbij past.”

Van Limburg naar de wereld
Dankzij het vroege succes van ShortsLab begon de aandacht voor CineSud ook buiten Limburg toe te nemen. Franken herinnert zich het contact met het Nederlands Filmfonds in 2014. Franken: “Toen wij daar die eerste films lieten zien, kwam er ook voor het eerst iemand van het Fonds bij ons kijken in Maastricht. Er ontstond meer wederzijdse betrokkenheid en dat groeit dan met elkaar mee. Daar kun je verder op bouwen. Zo zijn er in de loop der jaren nog veel meer lijnen ontstaan in onze programma’s.”
Een belangrijke lijn daarbij ontstond toen Mischa werd ingediend voor de Short Film Corner in Cannes en daar in 2015 draaide tijdens de Marché du Film. “Als maker krijg je daar vijf dagen lang allerlei workshops en netwerkevenementen”, vertelt Franken. “Voor mij en Remy bood dat enorm veel inzichten. Het was echt een eye-opener voor wat zo’n filmmarkt of festival kan betekenen. We beseften dat het superwaardevol zou zijn als we die ervaring aan meer mensen konden bieden.”
Talents To…
Zo werd het eerste zaadje geplant voor CineSud’s Talents To…-programma. Sinds de start namen tientallen filmmakers deel aan internationale netwerk- en trainingsprogramma’s tijdens onder meer het Festival de Cannes, Clermont-Ferrand International Short Film Festival en de Berlinale. Talent wordt daar niet alleen gekoppeld aan fondsmedewerkers en producenten, maar ook aan programmeurs van gerenommeerde festivals, sales agents, distributeurs en internationale talentontwikkelaars.
“Nationale en internationale netwerken lijken soms gesloten of moeilijk bereikbaar”, vertelt Franken. “Voor veel makers zijn ze essentieel om hun volgende stap te kunnen zetten. Daarom investeren wij niet alleen in de makers en projecten zelf, maar ook in relaties. En wat blijkt? Iedereen vindt het juist superleuk om kennis te maken met onze makers en hun projecten.”
Demanienko legt uit dat een festivalbezoek al maanden van tevoren begint. “We bereiden deelnemers inhoudelijk voor, helpen hen doelen formuleren en zorgen dat ze de juiste mensen ontmoeten. Zo ontstaat duurzame impact.”
“De kans is groot dat je film niet meteen goed genoeg is voor Berlijn of Venetië”, gaat ze verder. “Maar over drie jaar heb je misschien een film die dat wel is. Als iemand je naam al kent, wordt het veel makkelijker om een connectie te maken. Dat biedt natuurlijk geen garantie op succes of een selectie, maar hoe je er ook naar kijkt: het vergroot wel je kansen.”
Het succes zit daarbij niet alleen in direct resultaat, vertelt Franken. “Mensen die wij hebben meegenomen kunnen relatief snel een vervolgstap zetten richting de NPO of het Nederlands Filmfonds, of naar een samenwerking met een externe producent. In meerdere gevallen leidde dit tot coproducties, internationale residenties of distributiedeals die zonder deze contacten waarschijnlijk niet waren ontstaan, of pas veel later.”

Villages: internationale residenties voor de volgende stap
Met uiteenlopende programma’s en evenementen, plus de zichtbaarheid op verschillende festivals, groeide CineSud uit van regionaal geworteld platform tot een positie die inmiddels internationaal verankerd en erkend is. Sinds 2022 werd het programma uitgebreid met de Villages: internationale residenties die zich richten op de ontwikkeling van nieuwe projecten met een sterk artistiek profiel. Directors Village richt zich op fictie, DOCvillage op non-fictie en RE:FORM op hybride en experimentele vertelvormen.
Ook hier ontstond het programma niet vanuit de wens om een nieuwe residentie te organiseren, maar vanuit de constatering dat makers na hun eerste producties behoefte kregen aan een omgeving waarin zij hun artistieke signatuur verder konden ontwikkelen, internationale samenwerkingen konden aangaan en langere ontwikkelprocessen konden doorlopen. “Die residenties vinden altijd plaats in een internationale context”, vertelt Franken. “Sinds de start ontvingen de Villages deelnemers uit meer dan twintig landen en werkten tientallen filmmakers samen binnen de residenties. Wat daarin centraal staat, is de uitwisseling tussen verschillende werkwijzen en visies.”
“De Villages zijn geen klassieke residenties”, vult Demanienko aan. “Deelnemers ontwikkelen niet alleen hun project, maar worden uitgedaagd om voortdurend hun aannames, werkwijze en artistieke keuzes te bevragen. Wanneer een maker uit Zweden, Italië, Duitsland en Nederland samen aan tafel zitten, ontstaat er automatisch een ander gesprek. Dat verbreedt niet alleen het project, maar ook de blik van de maker.”
Inspiratie voor de residenties komt deels uit Scandinavië en andere Europese talentprogramma’s. Tegelijkertijd zijn de methodieken doorontwikkeld op basis van de ervaringen van CineSud zelf. “We brengen bewust makers samen die normaal gesproken niet snel met elkaar aan tafel zouden zitten”, zegt Demanienko. “Juist daar ontstaan vaak de meest interessante gesprekken en inzichten.”
En met succes: de eerste projecten die binnen de Villages werden doorontwikkeld, hebben inmiddels selecties ontvangen op het filmfestival van Venetië, Clermont-Ferrand en Dresden. Zo ging de korte film Unavailable van Kyrylo Zemlyanyi in de zomer van 2025 – drie jaar na de eerste ontwikkeling in Directors Village – in wereldpremière in de Orrizonti Shorts competitive in Venetië. De film was een co-productie tussen Oekraïne, Frankrijk, België, Nederland en Bulgarije. Zo bewijzen de residenties niet alleen hun waarde als ontwikkelomgeving, maar ook als springplank naar internationale coproductie en het internationale festivalcircuit.
Ecosysteem in plaats van losse programma’s
CineSud is inmiddels een organisatie die programma’s heeft voor lokale, regionale, nationale én internationale makers. De hub begeleidde meer dan 2.500 filmmakers en filmprofessionals, hielp honderden filmproducties te ontwikkelen en realiseren en bouwde een internationaal netwerk van partners, festivals, fondsen en talenthubs op. De organisatie groeide daarmee uit van een regionaal initiatief tot de grootste en meest internationaal georiënteerde talenthub van Nederland.
Zo bouwde CineSud de afgelopen jaren aan hun kenmerkend solide ecosysteem. Franken: “Een goede film ontstaat niet door één interventie, laat staan een sterke filmsector. Daarom kijken wij niet alleen naar ontwikkeling, maar ook naar productie, netwerk, distributie en zichtbaarheid. Juist die combinatie maakt het verschil.”
Naast een oog voor de eerste stappen als filmmaker zorgen partnerships met buitenlandse partijen voor een cultuurmix die je nergens anders tegenkomt. “We hebben partners in landen als Ierland, Noorwegen en Kosovo, maar als Limburg zijn we natuurlijk ook zelf internationaal gepositioneerd”, zegt Demianenko. “Voor ons is het heel logisch om contact te leggen met mensen in Duitsland, België en Luxemburg. Dat geeft een hele eigen dynamiek, unieke mogelijkheden en een eigenzinnige ontwikkel- en maakwijze.”
Het ecosysteem is daarmee geen verzameling losse programma’s, maar een opeenvolging van interventies die inspelen op verschillende fases in de ontwikkeling van makers. Niet iedere maker doorloopt hetzelfde pad, maar iedere stap bouwt voort op dezelfde uitgangspunten: langdurige begeleiding, leren door te doen, internationale oriëntatie, samenwerking tussen disciplines en het versterken van het regionale ecosysteem.

Blijven bouwen
Wat begon als een Limburgs talenttraject groeide zo in ruim tien jaar uit tot een internationaal erkende talenthub met programma’s voor honderden makers, tientallen producties en een netwerk dat zich uitstrekt van Maastricht tot Cannes, Clermont-Ferrand, Denemarken, Schotland en Groenland. Ook is er een compleet nieuw ecosysteem ontstaan, dat binnen Nederland mogelijkheden biedt naast het nationale filmhart in Amsterdam. Met de opening van de broedplaats RoyalStudios en de inpandige filmwerkplaats CineSud Studio heeft dit onlangs ook fysiek gestalte gekregen.
“Uiteindelijk denk ik dat wij echt iets kunnen toevoegen aan de Nederlandse filmindustrie”, licht Franken toe. “We organiseren de omstandigheden waarin een maker zich over meerdere jaren kan ontwikkelen. We brengen de beste elementen uit verschillende landen en regio’s samen om tot nieuwe methodieken en inzichten te komen. Er komen makers bovendrijven met een hele eigen stem en visie en producenten met een eigen, vernieuwende aanpak.”
“Ons doel is uiteindelijk niet om individuele films mogelijk te maken,” vertelt Demianenko. “Ons doel is om makers – in elke discipline van de filmcrew – duurzaam verder te helpen. Als zij over vijf of tien jaar nog steeds actief zijn in de sector en weer voorbeelden zijn voor de generaties daarna, dan is dat voor ons het echte succes.”
“We hebben nooit vooraf een blauwdruk gemaakt van hoe CineSud eruit moest zien”, besluit Franken. “Iedere nieuwe stap ontstond doordat we zagen waar makers vervolgens behoefte aan hadden. Daardoor bouwen we nog steeds niet aan losse programma’s, maar aan een ecosysteem dat met de sector meegroeit.”